 |
deelnemende rassen
| Sectie |
Bichon-achtigen |
|
| |
Uit Italië afkomstige vertegenwoordiger van de Bichon-groep. Deze is wat rustiger dan de andere bichons, maar net als de andere een erg aangename gezelschapshond, zeer geliefd bij voorname dames als de maîtresse van Napoleon, Madame de Pompadour, bij tsarina Katharina de Grote van Rusland en keizerin Maria Theresia van Oostenrijk.
Kleine, vierkant gebouwde hond met een witte krulvacht.
|
| |
Ras in België en Frankrijk ontstaan uit kruisingen van Maltezers met Bolognezers en een kleine witte poedel. Is vooral in de Verenigde Staten, mede door zijn toilettage, zeer populair geworden. Ongecompliceerd en opgewekt hondje, één van de zes Bichons.
Levendig en speels, met vlugge bewegingen en spiraalvormige lokken.
|
| |
Afkomstig uit het centrale deel van het Middellandse Zeegebied, Italië waarschijnlijk en niet Malta, ondanks de naam. Oorspronkelijke taak: het verdelgen van ratten en muizen aan boord van schepen en in de pakhuizen aan de haven, maar uitgegroeid tot gezelschapshond van chique dames.
Elegante, kleine hond met een rijke witte vacht. Trotse, gedistingeerde houding.
|
| |
Charmant, vrolijk hondje, één van de zes Bichons. Oorspronkelijk Cubaans ras. Daar waarschijnlijk ontstaan uit van het Middellandse Zeegebied geïmporteerde honden.
Leergierig en slim, guitig en erg speels, aanhankelijk en waakzaam.
|
| |
Ongecompliceerd, opgewekt hondje, één van de zes Bichons. Deze is afkomstig van de streek Tuléar op Madagascar. Stoerder dan het uiterlijk van knuffelhond doet vermoeden. Ook geliefd bij zeelieden in het Middellandse Zeegebied. Was in staat zich na een scheepsramp aan land zelfstandig in leven te houden. In Frankrijk al geliefd lang vóór de erkenning van het ras in 1970.
Klein, speels dier, met vlotte beweging.
Stabiel en heel vrolijk. Sociaal met mensen en andere honden. Past zich makkelijk aan alle omstandigheden aan. Vlug van begrip, maar met een zekere dosis eigenzinnigheid. Waaks en blaft dan graag.
|
| |
Eén van de Bichons, van Frans-Belgische afkomst. Uit afbeeldingen maken we op dat hij een bekend gezelschapshondje was, al vanaf de vroege Middeleeuwen. Is door de tijd heen in vergetelheid geraakt, tot in de jaren vijftig van de 20e eeuw in Brussel het initiatief werd genomen het ras weer op te bouwen. Nog steeds is het een relatief zeldzaam ras.
Kleine, slimme hond, hoger op de benen dan de andere Bichons, wiens vacht vaak wordt geknipt in het klassieke leeuwltoilet, met een kale achterhand en aan de staart een pluim, zodat hij lijkt op een kleine leeuw.
|
| Sectie |
Poedels |
|
| |
Elegante, schrandere, levendige hond, oorspronkelijk jachthond, maar tegenwoordig veel bekender als gezelschapshond. Zijn origine is onduidelijk: er zijn aanwijzingen dat het ras al in de oudheid bestond, Frankrijk en Duitsland eisen hem als 'nationaal' ras op en in de literatuur worden o.a. Rusland, Hongarije en Afrika genoemd als bakermat van het ras. Voor de FCI is Frankrijk het land van oorsprong. Komt voor in vier grootteslagen (Toy, Dwerg, Middenslag en Groot) en vijf vachtkleuren
Evenredig gebouwde hond met trippelend, licht gangwerk. Unieke vacht: de krullen ruien niet, het haar groeit door. De vacht laat zich in vele vormen toiletteren, niet alleen in de soms opzichtige modellen die men op tentoonstellingen wel ziet, maar ook in vormen die heel vlot, normaal en sportief ogen in het dagelijks gebruik.
|
| Sectie |
Oosterse Rassen |
|
| |
Uit Tibet afkomstige, geharde hond die binnenshuis als waakhond en gezelschapshond werd gehouden.
Kleine, overvloedig behaarde hond, iets langer dan hoog, met een hooghartige uitstraling. Vlot, kwiek gangwerk.
|
| |
Hondjes uit boeddhistische tempels (kleine “leeuwen” uitbeeldend, begeleiders van Boeddha), die zeer geliefd waren aan het Chinese hof, waar het fokken op schoonheid op hoog niveau werd beoefend. Daar kreeg het ras de bijnaam “hond met chrysantengezicht”.
Kleine, ook aan het hoofd overvloedig behaarde hond, langer dan hoog. Uit zijn houding spreekt voornaamheid en arrogantie, uit de ogen warmte en vriendelijkheid. Vloeiend gangwerk met krachtige achterhandbeweging, waarbij de voetzool geheel te zien is.
|
| |
Oud ras uit Tibet, levend in de kloosters. Tevens bij alle lagen van de samenleving geliefd als gezelschapshond en als waakhond, die vanuit een hoge positie de verre omtrek in de peiling hield en met schel geblaf onraad aankondigde. Nog steeds zitten Tibetaanse Spaniëls graag hoog op de uitkijk.
Klein, lichaamsbouw langer dan hoog, met een actieve en alerte uitstraling.
|
| |
Oud ras uit Tibet, werkzaam als veedrijver bij boeren en veehoeders. Niettegenstaande zijn naam dus geen terriër, maar een herdershond.
Middelgrote, langharige, robuuste hond met een vastberaden uitdrukking van onder de beharing die het hoofd bedekt.
|
| |
Chinees ras dat aan het hof in hoog aanzien stond, voor westerlingen onbereikbaar, tot de Engelsen in 1860 een paar exemplaren buit maakten bij de verovering van het Keizerlijke Paleis in Peking. Sindsdien in Engeland en de rest van de wereld een geliefde gezelschapshond.
Klein, maar bij het optillen onverwacht zwaar aanvoelend, vanwege het stevige lichaam met zwaar bot. Leeuwachtig uiterlijk, grote waardigheid uitstralend. Typisch rollend gangwerk.
|
| Sectie |
Dwergspaniels |
|
| |
Japans ras, dat vermoedelijk wel Chinese wortels heeft, al vertoont het meer gelijkenis met de Europese King Charles Spaniël dan met de Chinese Pekingees. De “Chin” zou als “leeuwhondje” hebben gefungeerd (in de kloosters de beschermers van Boeddha uitbeeldend) en met boeddhistische priesters vanuit China naar Japan zijn gekomen, zo rond het jaar 500.
Elegant, charmant en lieflijk hondje.
|
| |
Origineel type kleine spioen zoals dat onder andere geliefd was aan het Engelse hof ten tijde van Charles I en Charles II (vandaar de naam). Daarna overvleugeld door kortsnuitiger gezelschapshondjes. In de jaren twintig van de twintigste eeuw op initiatief van een Amerikaan aan de vergetelheid ontrukt door een Engels terugfokprogramma. Momenteel een populaire gezinshond.
Elegante, sierlijke en harmonische dwergspaniël met een zachte expressie.
|
| |
Oud type kleine spioen (zoals de Cavalier King Charles Spaniël), waarin – onder invloed van de populariteit van meer exotische rassen – met behulp van inkruisen van Mopshond, Bulldog, Japanse Spaniël en/of Pekingees een kortere snuit is gefokt.
Kort, gedrongen, voornaam hondje met relatief zwaar, gewelfd hoofd.
|
| |
Spaniëls die te klein waren voor de jacht, werden vanaf de 12e eeuw in Europa door adellijke dames als troeteldiertje gehouden. Daaruit ontstonden rassen van kleine spioentjes, die als voorouders gelden van de Épagneul Nain Continental, zoals het ras nu wordt genoemd. Twee variëteiten kent het ras, die met een eigen naam door het leven gaan: met staande oren, de Papillon (vlinderhondje), en de Phalène, met hangende oren, ook wel nachtvlinderhondje genoemd. Deze laatste is de originele vorm.
Luxe, langharig hondje, bevallig maar niet broos, met een fiere houding en een zwierige gang.
|
| |
Het Markiesje is een fijngebouwde, zwarte spioen, elegant en alert. Een intelligent gezelschapshondje met een zachtaardige oogopslag. Een kleine spioen zonder de sporen van verdwerging. Evenredig gebouwd, licht geraamte, behoorlijk ontwikkelde bespiering. Het lichaam iets langer dan hoog, goede hoekingen. Soepel en veerkrachtig gangwerk. Vrij lange staart, geen krulstaart. De lange hals draagt het hoofd fier. Schedel vlak met matige stop; de snuit versmalt naar de neus zonder spits te zijn. Vrij groot ovaal oog, donkerbruin tot zwart. Oren hoog aangezet en langs het hoofd gedragen.
Het Markiesje is waaks, maar begroet iedere bezoeker verder heel vriendelijk. Graag gaat hij overal met de baas mee naar toe, maar hij kan ook heel goed een paar uurtjes alleen thuisblijven.
|
| |
Een kleine, elegante hond. Levendig, in verhouding hoog op de benen met fijn "bone" en goed bespierd. Het hoofd is klein in vergelijking met het lichaam met relatief grote staande oren.
Nu gezelschapshond, maar heeft nog wel "terrierbloed".
|
| |
Overige rassen |
|
| |
Ras van Belgische oorsprong. Met de Petit Brabançon en de Griffon Bruxellois in feite één ras vormend, want deze drie kunnen in één nest geboren worden. In Engeland, de Verenigde Staten en Scandinavië bekender dan bij ons.
Klein, stoer, ruwharig hondje met korte neus en een verstandige blik in de ogen. Stevig en gedrongen van bouw, elegant in beweging.
|
| |
De Chihuahua (spreek uit: sjiwáwa) stamt waarschijnlijk af van de heilige honden van de Tolteken en later de Azteken in Mexico. Daar dienden ze als offerdier en mogelijk ook als delicatesse.
Kleinste hondenras met een opmerkelijk pittige uitstraling. Met zijn grappige, relatief grote appelhoofd met uitstaande oren en sprekende ogen, en zijn opmerkelijk compacte, stevige lichaam geeft hij ondanks zijn maat in niets de indruk van zwakte of broosheid.
|
| |
Vermoedelijk afstammeling van Afrikaanse naakthonden, ontdekt door Chinezen en door hen doorgefokt in een kleiner formaat. Dit ras werd ook aan boord gehouden, waar het zich verdienstelijk maakte als ratten- en muizenvanger, met als bijkomend voordeel dat de vlooien van de prooi niet oversprongen op de hond, want op een haarloos dier voelen die zich niet thuis. Door de Chinezen werden pups van deze scheepshonden over de hele wereld in havensteden verhandeld. In Europa en de VS echter pas bekend geworden in het midden van de 19e eeuw. Ook bekend als Chinese Gekuifde Naakthond (Chinese Crested).
Kleine, elegante, slanke, adellijke hond, met als meest typische kenmerk het (zo goed als) ontbreken van haar, en vaak ook van een deel van het gebit (meestal zijn er geen premolaren). Naast haarloze worden ook volledig behaarde pups geboren, die Powderpuff (poederdons) worden genoemd. Powderpuffs maken deel uit van het ras en het is voor de vitaliteit van het ras noodzakelijk hen ook in de fokkerij in te zetten.
|
| |
Ook bekend onder de naam Xoloitzcuintle, afgekort Xolo, genoemd, naar de Aztekengod Xoloth. Geliefd bij de Azteken, niet alleen als gezelschapshond maar ook als offer en als delicatesse. Een van de drie door de FCI erkende naakthondenrassen (de andere zijn de Chinese en de Peruaanse). Naakthonden kunnen, anders dan vachthonden, zweten, dus ze hoeven niet te hijgen om warmte kwijt te raken.
Elegante, slanke, adellijke, sportieve hond met een flink uithoudingsvermogen. Meest typische kenmerk is het - zo goed als - ontbreken van haar, en soms ook een deel van het gebit.
|
| |
Ras dat al te zien is op afbeeldingen van vóór de Inca-cultuur (300 vóór - 1400 na Christus). Was bij de Inca's heilig. Vroeger ook bekend onder de naam "Orchid Moonflower Dog".
Elegante, slanke, adellijke hond, met als meest typische kenmerk het zo goed als ontbreken van haar, en vaak ook van een deel van het gebit (meestal zijn er geen premolaren).
|
De teksten op deze pagina zijn overgenomen van de Raad van Beheer. De foto's zijn gemaakt door H.J. Dürr.
|